Fair-Play

sportcode fair play
(klik op het logo voor meer informatie over Fair Play)

 

Handbalvereniging T.V.O. is aangesloten bij de Fair-Play verenigingen van het NHV. Zij heeft daartoe het convenant ondertekend. Dit betekent dat de vereniging de fair-play regels onderschrijft en uitdraagt in haar beleid. Binnen de vereniging gelden daarom 10 Fair-Play regels die u onderstaand op deze pagina aantreft. Daarnaast heeft TVO omni een pestprotocol beschreven waaraan alle leden van de vereniging zich moeten houden.

 

Ouders als toeschouwer

Enkele tips om het goede voorbeeld te geven als u aanwezig bent bij een training of wedstrijd van uw kind:

  • Moedig alle spelers aan. Voor (jeugdige) sporters is het fantastisch om aangemoedigd te worden. Het zou sneu zijn als alleen de kinderen aangemoedigd worden waarvan de ouders aanwezig zijn en luidkeels durven aan te moedigen!
  • Laat niet merken als u zich ergert aan het spel van uw kind of sportgenoten. Laat niet merken dat u ontevreden bent over bepaalde acties. Zeker als u zelf sport weet u dat het niet altijd zo gaat als u zou willen. Als kinderen merken dat een ouder ontevreden is (door bijvoorbeeld grapjes als: 'Deze week geen zakgeld' of 'òòòh- geroep') dan zal dat hun spel eerder negatief beïnvloeden dan positief.
  • Leg u direct bij de beslissingen van scheidsrechter of de jury neer. Realiseer u hierbij dat verschillende mensen elke situatie ook verschillend zien. De scheidsrechter heeft het recht te beslissen zoals hij het ziet. Protest van publiek heeft dan geen zin. Bovendien is dit erg vervelend voor de scheidsrechter/jury, die zo vriendelijk is om in de vrije tijd een wedstrijd te komen begeleiden. En niet in de laatste plaats is het voor de sporters en begeleiders enorm vervelend als het publiek zich met de leiding van de wedstrijd gaat bemoeien. U denkt daar misschien de club mee te helpen, maar deze 'soms goed bedoelde hulp' werkt juist vaak tegen de club. Bovendien is dit voor kinderen en jongeren het slechte voorbeeld.
  • Blijf tijdens de wedstrijd in het gebied dat bestemd is voor toeschouwers.
  • Geef de trainer/coach geen adviezen met betrekking tot zijn taak, ook al zijn ze goed bedoeld.
  • Geef uw kind of andere kinderen geen aanwijzingen tijdens de training of wedstrijd. Buiten dat kinderen dit vaak niet waarderen, is het ook erg verwarrend om van twee verschillende personen aanwijzingen te krijgen. Bovendien is het voor een coach niet leuk als ouders zijn taak 'ongevraagd' overnemen. Hebt u interesse om de kinderen aanwijzingen te geven, vraag dan aan de trainer/coach of u mee kunt helpen met training geven, coachen of andere zaken.
  • Maak geen opmerkingen die door de betrokkenen beledigend opgevat kunnen worden, ook al zijn ze goed bedoeld.
  • Zijn er dingen die volgens u niet kunnen, praat hierover dan na de wedstrijd met de betrokkenen. Als u bijvoorbeeld uw kind ziet vals spelen, dan hoort u te laten merken dat dit niet kan. Hebt u vraagtekens of opmerkingen over het coachen, maak dan met de coach een afspraak om hier over te praten. Tijdens de wedstrijd is dit niet op zijn plaats en direct na de wedstrijd is de coach vaak met andere zaken bezig, zoals bijvoorbeeld een nabespreking met het team. Vraag daarom wanneer hij het liefste met u daarover praat.
  • Help indien mogelijk mee als een trainer/coach of andere begeleider dat vraagt. Bedenk dat binnen een vereniging vrijwel alles door vrijwilligers wordt gedaan. Naast de contributie die u betaalt, mag u daar als ouder best wat extra's voor terug doen.
    Bedank eens de trainer/coach en andere vrijwilligers die wedstrijden of andere activiteiten organiseren en leiden.

De waarde van sport

 

Bewegingsarmoede
De huidige cultuur lijkt zodanig veranderd te zijn dat het voor kinderen en jongeren niet meer vanzelfsprekend is om veel te bewegen. Spelen op straat wordt vervangen door spelen achter de computer en vaak worden ook kleinere afstanden overbrugd met de auto. Ook in het bewegings-onderwijs op de verschillende scholen is een terugloop te ontdekken. Op basisscholen worden de lessen bewegingsonderwijs steeds vaker gegeven door groepsleerkrachten in plaats van door vakleerkrachten. Binnen de opleiding tot groepsleerkracht (PABO) is het aantal uren dat aan bewegingsonderwijs besteed wordt, de laatste jaren schrikbarend afgenomen. Ook op het voortgezet onderwijs is het aantal uren bewegingsonderwijs afgenomen. Voor MBO en HBO is geen verplichting meer voor het bewegingsonderwijs met als gevolg dat veel MBO- en HBO-opleidingen dit vak niet meer geven. Als het wel gegeven wordt, dan wordt bevoegdheid om het vak te geven, niet eens vereist.

Door dit alles bewegen kinderen en jongeren over het algemeen minder. De hierdoor ontstane bewegingsarmoede leidt ertoe dat er steeds meer geluiden te horen zijn, dat de motoriek en conditie van de jongeren tegenwoordig slecht is. Kinderen zouden eigenlijk van jongs af aan voldoende moeten bewegen. Regelmatig sport beoefenen bij een vereniging kan hiertoe bijdragen. Kinderen die van jongs af aan gesport hebben, hebben daarmee al de basis gelegd voor een actieve levensstijl, ook op latere leeftijd. Zij hebben zich van jongs af aan sportief ontwikkeld en daarmee op het gebied van sport een eigenwaarde opgebouwd. Het gevoel dat één of meer sporten beheerst wordt en de opbouw van een vriendenkring onder de sportbeoefenaren zijn vaak de start voor een levenslange sportbeoefening.

Kritieke leeftijd
Toch is het sporten op jonge leeftijd geen garantie om te blijven sporten. Een grote groep jongeren blijkt zo rond het vijftiende levensjaar de sportbeoefening vaarwel te zeggen. De vrijgekomen tijd wordt dan besteed aan zaken zoals uitgaan, televisie kijken, computeren, een bijbaantje of een relatie. Sporten valt dan voor hen vaak af. Het sporten bij de vereniging is voor hen niet meer aantrekkelijk genoeg. Sportverenigingen zouden op dit punt wellicht beter op de behoefte van deze jongeren kunnen inspelen door hen een aanbod te doen, dat zij zelf aantrekkelijk vinden en dat past in hun leefwijze. Niet alleen de sportvorm en het niveau van beoefening, maar ook de manier van aanbieden en de gewenste frequentie zou hierbij een rol kunnen spelen.

Een voorbeeld: Jongeren in de kritieke leeftijd (15-18 jaar) zoeken vaak een, meer vrijblijvende, recreatieve vorm van sportbeoefening met leeftijdgenoten waarbij gezelligheid en groepsbinding voorop staan en waarbij ingespeeld wordt op diegenen die de basistechnieken nog niet bezitten en/of niet sportief aangelegd zijn.

Degenen die op jonge leeftijd gesport hebben, gaan vaker - als ze de (jong)volwasssenleeftijd hebben bereikt - sporten, dan degenen die vroeger niet of nauwelijks gesport hebben. Voor die laatste groep is de drempel kennelijk te hoog.

Belang om te sporten
Een actieve levensstijl op jonge, maar ook op oudere leeftijd is belangrijk om verschillende redenen. Het kan enorm veel plezier geven, door de sportbeoefening zelf en door de sociale functie die de sport heeft. Daarnaast is duidelijk dat 'een leven lang bewegen' op een verantwoorde manier een grotere kans geeft op een betere gezondheid op latere leeftijd.

Het 'beleven van plezier en voldoening' hoort de belangrijkste motivatie te zijn om aan sport te doen. Jeugdigen moeten het plezier ontdekken van sportbeoefening en zodoende geprikkeld worden om levenslang aan de sportcultuur deel te nemen. Jongeren die sporten omdat ze het leuk vinden, zullen minder snel afhaken. Andere positieve effecten van sportbeoefening, zoals gezondheidsverbetering en het opbouwen van een sociaal netwerk, zullen dan als vanzelf ontstaan.

Vooral voor kinderen en jongeren kan sport een enorme invloed hebben op hun leven. Sporten is vaak emotioneel geladen. Het is daarom extra belangrijk dat de jeugdige sporters zich fijn voelen bij de sportvereniging. Sporten met plezier kan iemand bijzonder goed doen. Aan de andere kant kunnen negatieve ervaringen die met het sporten te maken hebben, leiden tot heel veel verdriet en frustratie.

(On)gezondheid
Een nadeel van sportbeoefening (meestal genoemd door niet-sporters), is de kans op blessures. Natuurlijk hebben sporters een grotere kans op blessures. Maar door tijdens de sport heel zorgvuldig om te gaan met 'warming-up', 'cooling-down', 'voldoende rust' en 'sportief sporten' kun je als sporter zelf de risico's enorm verminderen. Daarbij is uit onderzoek gebleken dat de groep mensen die weinig gesport heeft, op oudere leeftijd meer kans op ziekten en andere kwalen heeft dan de groep mensen die een bewegingsvol leven leid(d)en. Financieel bekeken kosten de sportblessures voor de gezondheidszorg en de overheid minder geld dan de ziektes en aandoeningen van ouderen die vooral voorkomen onder de mensen die weinig gesport hebben. 
Maar zoals al eerder gezegd is, is het zeker bij jongeren niet goed als zij alleen om hun gezondheid zouden sporten. Dit past niet bij de denkwijze en leefwereld van de meeste kinderen en jongeren. Bovendien zal de gezondheidsreden voor de meeste kinderen en jongeren niet voldoende reden zijn om te gaan en te blijven sporten. Als ze er geen plezier in hebben, is het moeilijk om te blijven sporten, zeker wanneer ze nog zoveel andere leuke dingen te doen hebben.

Sporten moet dus bovenal leuk zijn. Het is een gezamenlijke taak van de sportgenoten, de begeleiders, maar ook de ouders, om hieraan mee te helpen.

 

De waarde van winnen

In sport gaat het met name om winnen. Zeker bij teamsporten proberen beide teams van elkaar te winnen. Dat is immers het doel van het spel. Maar naast winnen zijn er nog zoveel andere doelen na te streven. Bijvoorbeeld 'het verbeteren van de eigen prestaties'. Bij individuele sporten zijn kinderen en jongeren daar vaak bewust mee bezig. Een atleet bijvoorbeeld probeert hoger te springen, verder te gooien of sneller te lopen dan de vorige keer. Maar ook bij teamsporten speelt het verbeteren van de eigen vaardigheden mee. Een handballer probeert bijvoorbeeld het systeem waarop getraind is, beter uit te voeren, of probeert gerichter op doel te schieten of beter te verdedigen dan de vorige wedstrijd.

'Proberen te winnen' is in de sport belangrijk, maar kinderen en jongeren mogen nooit het gevoel hebben, dat ze moeten winnen. Ouders kunnen daaraan meehelpen door te laten merken dat het kind best mag willen winnen, maar dat winnen wel in de juiste verhouding gezien moet worden. Probeer daarom als ouders het plezier te benadrukken, het verbeteren van de prestaties en het 'proberen te winnen'. Als kinderen gericht zijn op het 'moeten winnen' dan kan dat veel onnodig verdriet en stress geven. Op de eerste plaats legt het een grote druk op het kind en op de tweede plaats geeft het een hoop verdriet en frustratie als winst uitblijft.  Aan de andere kant werkt het ook niet als kinderen het gevoel hebben dat er niet serieus gewerkt wordt aan het behalen van winst. Het doel van wedstrijdsport is nu eenmaal het winnen van een wedstrijd.

Veel kinderen die alsmaar verliezen, zijn geneigd om met sport te stoppen. Juist deze kinderen, maar ook andere kinderen, kunnen enorm veel steun hebben als ze (samen met hun ouders) kleine doelen kunnen stellen. Dus in plaats van proberen te winnen probeer je met niet meer dan vijf punten te verliezen of probeer je in de wedstrijd veel backhand te slaan of probeer je zoveel mogelijk drie keer over te spelen of probeer je je eigen tijd te verbeteren. Als deze doelen realistisch zijn, dan zal de jonge sporter toch regelmatig succes beleven. Dit kan hem gemotiveerd houden om te blijven sporten.

Een kind moet goed het onderscheid weten tussen de prestatie (hoe het kind sport) en het resultaat (of het kind gewonnen of verloren heeft). Een kind kan goed sporten en toch verliezen omdat de tegenstander toch net een beetje beter is. Als kinderen slecht gesport hebben, laat dan merken dat u daar als ouder niet van baalt. Laat merken dat u het kind toch enorm waardeert en dat het altijd wel tegen kan zitten in de sport. Probeer niet alle fouten van het kind goed te praten als u het niet meent, maar laat wel merken dat u het niet erg vindt als het kind fouten maakt.

Kinderen kunnen, net als volwassenen, er behoorlijk van balen als ze verloren hebben of slecht gesport hebben. Neem dit serieus. Probeer met het kind te praten en luister vooral goed naar wat het kind te zeggen heeft. Probeer niet meteen de wedstrijd te analyseren of tips te geven voor de volgende keer. Al zijn deze aanwijzingen goed bedoeld, het kind staat daar vaak direct na de wedstrijd niet open voor. Probeer gewoon te praten over hoe het kind de wedstrijd ervaren heeft en misschien over welke dingen wel goed gingen.

Natuurlijk proberen ouders zo te handelen zoals zij denken dat het beste is voor hun kind. Ook met betrekking tot de sport hoort dat zo te zijn

 

 

Redenen voor kinderen en jongeren om te sporten

 

In Nederland wordt gesport door vele mensen van alle leeftijden. De redenen waarom mensen sporten en daarbij voor een bepaalde sport kiezen lopen nogal uiteen. Iedereen heeft zo zijn eigen motivaties om te gaan sporten. Voor ouders en het kader van een vereniging is het interessant om te weten waarom kinderen sporten. Als u weet waarom het kind aan die sport doet, dan begrijpt u het kind beter, kunt u het kind beter helpen bij die sport en kunt u het kind het beste stimuleren.

Er zijn al verschillende onderzoeken gedaan naar redenen waarom Nederlandse kinderen en jongeren sporten bij een sportvereniging. De antwoorden daarop liepen erg uiteen. Hieronder een rijtje van antwoorden die geregeld terugkomen. Kinderen en jongeren zeggen dat ze sporten omdat ze:

  • plezier willen hebben
  • vaardigheden willen leren en verbeteren
  • sporten lekker vinden
  • binnen de sport vrienden hebben en maken
  • hun vriendjes (of vriendinnetjes) ook sporten
  • van het wedstrijdelement genieten
  • graag willen winnen
  • weten dat hun ouders willen dat ze sporten
  • zich fit willen voelen

 

U ziet wel dat er heel veel verschillende redenen kunnen zijn om te sporten. Als u uw kind wilt ondersteunen bij zijn sport, houd dan rekening met de redenen die hij/zij belangrijk vindt.

Ons inziens zou 'het plezier beleven aan de sport' de belangrijkste reden moeten zijn om te sporten. Zeker bij kinderen en jongeren zou het bijvoorbeeld geen goede zaak zijn als zij gemotiveerd zouden worden om te sporten, alleen omdat sporten zo goed voor de gezondheid is. Dit past niet bij de denkwijze en leefwereld van de meeste kinderen en jongeren. Bovendien zal de gezondheidsreden voor de meeste kinderen en jongeren niet voldoende reden zijn om te gaan en te blijven sporten. Als ze er geen plezier in hebben, is het moeilijk om te blijven sporten, zeker wanneer ze nog zoveel andere leuke dingen te doen hebben. Als de sport echter brengt wat het kind ervan verwacht, dan is de kans groot dat ze willen blijven sporten.


Kwaliteitscontrole en taakinvulling bij de sportvereniging



Fair Play en kindvriendelijk sporten zijn van groot belang voor jeugdige sporters. Probeer daarom bij uw vereniging kindvriendelijk sporten en Fair Play te bevorderen. Hierdoor wordt de 'kwaliteit' van het sporten vergroot. Overleg met de vereniging indien u ideeën, wensen of klachten hebt.Dit laatste artikel in de reeks 'Ouders en hun sportieve opvoeding' geeft tevens een beknopte opsomming van een aantal belangrijke taken binnen de sportvereniging, waarbij u wordt 'uitgedaagd' om een (beperkt) deel van deze taken voor uw rekening te nemen.

Bij een goede vereniging voor jeugdigen moeten de training en (oefen)wedstrijden kindvriendelijk zijn. Dit kan bijvoorbeeld door een speelse aanpak, werken in kleine groepjes, aangepaste spelregels, veel bewegen in weinig tijd, geen vroegtijdige specialisatie en niet teveel nadruk op winst en verlies.Ook belangrijk is dat bij de jongste jeugd alle jeugdleden ongeveer evenveel mogen spelen bij wedstrijden en op de trainingen evenveel aandacht krijgen.

N.B.: Sommige verenigingen kiezen ervoor om met 'selectieteams' te werken. Jonge getalenteerde sporters mogen hieraan dan deelnemen, bij deze teams wordt wel prestatiever gespeeld en gewisseld.

Hier volgen enkele richtlijnen die kunnen helpen bij de kwaliteitscontrole:

  • Om de kwaliteit te kunnen controleren dient u wel interesse te tonen voor het wel en wee van de vereniging. Kom daarom kijken bij trainingen en andere activiteiten voor de kinderen. Kom ook op vergaderingen en andere gelegenheden om geïnformeerd te worden.

 

  • Bedenk dat het voor de vereniging en trainer/begeleider vaak moeilijk is om de belangen van alle leden te behartigen. Het (vrijwillige) verenigingskader steekt vaak heel veel tijd in de vereniging, wat moet worden gewaardeerd. Toon daarom respect en probeer in alle redelijkheid over de eventuele problemen te praten. Een verwijtende toon maakt de problemen vaak alleen maar groter.
  • Ga nooit in discussie in het bijzijn van de kinderen. Voor alle partijen is dit namelijk een vervelende situatie. Vrijwel alle trainers/begeleiders zijn bereid om op redelijke vragen een antwoord te geven. Een goed gesprek kan voor iedereen verhelderend werken.

 

  • Indien u van mening bent dat bepaalde activiteiten slecht zijn georganiseerd, kunt u wellicht zelf met een concreet voorstel komen tot verbetering. Dit wordt meer gewaardeerd en serieuzer opgepakt dan alleen maar losse kritiek.

Taken
Binnen de sportvereniging zijn er talloze taken die ingevuld zouden kunnen worden door ouders van jeugdleden. Het kan hierbij gaan om een permanente taak (bestuurs- of commissielid), een meermalige taak (bijvoorbeeld feestcommissie) of een eenmalige taak (begeleiding bij een kamp).

Er zijn binnen de vereniging taken die relatief weinig tijd kosten en waar ouders de vereniging behoorlijk mee kunnen helpen. Door zelf te assisteren bij bepaalde activiteiten hebben de ouders een prima mogelijkheid om een bijdrage te leveren aan een optimaal sportklimaat voor hun kinderen.

Wat deze taken betreft kan een indeling worden gemaakt in niet-sportspecifieke taken, die in principe door iedereen kunnen worden ingevuld, en sportspecifieke taken, waarvoor over het algemeen personen gevraagd worden die de sport enigszins begrijpen en aanleg en/of een opleiding hebben voor deze taken. De vereniging kan daarvoor mogelijk een korte scholing verzorgen. Hieronder een opsomming van mogelijke taken binnen de sportvereniging:

Sportspecifieke taken

  • Trainer of assistent bij trainingen
  • Begeleider/Coach
  • Scheidsrechter/Teller

Niet-sportspecifieke taken

  • Bestuurslid
  • Commissielid (bijv. redactie site en nieuwsbrief ,wedstrijdsecretariaat - of activiteitencommissie)
  • Vervoer naar de wedstrijden
  • Contactpersoon binnen de vereniging voor de ouders van jeugdleden
  • Als sponsor (uw eigen bedrijf of het bedrijf waar u werkzaam bent)
  • Het assisteren bij de organisatie van nevenactiviteiten, zoals toernooien en kampen

Vragen

Beantwoord, voor uzelf, eens onderstaande vragen, die gaan over uw mening over de vereniging:

  • Op welke wijze toont u betrokkenheid bij de vereniging?
  • Zijn er in uw ogen zaken die beter anders zouden kunnen bij de vereniging?
  • Bespreekt u die zaken wel eens met het verenigingskader?
  • Hebt u er begrip voor dat niet alles binnen een sportvereniging gladjes verloopt?
  • Vindt u dat de sport voldoet aan de wensen van kinderen?
  • Komt elk kind voldoende aan bod tijdens wedstrijden en trainingen?
  • Heeft de leiding respect voor alle kinderen, ongeacht hun niveau?
  • Helpt u de vereniging van uw kind wel eens?
  • Zou u wel eens wat (meer) willen doen bij de vereniging?

          Ja? Meld dat aan het kader, de vereniging kan hulp gebruiken.
          Nee? Waarom niet?

Tijdgebrek? Er zijn veel kleine taken die weinig tijd kosten en taken die uitgevoerd kunnen worden terwijl uw kind aan het sporten is.
Taken te moeilijk? Vaak valt dat erg mee, er zijn ook eenvoudige taken. Bij de moeilijke taken is er vaak begeleiding en misschien is er nog een andere ouder die mee wil helpen.
Geen zin? Dat kan. Denk er wel aan dat de vereniging voor het merendeel bestaat uit vrijwilligers die ervoor zorgen dat uw kind kan sporten. Extra hulp is altijd welkom.
Andere reden? In overleg kan gezocht worden naar wat mogelijk en wenselijk is. De vereniging (en dus indirect uw kind) is met elk klein beetje hulp vaak enorm geholpen.

Als u na het lezen van deze artikelen nog vragen hebt, aarzel niet en neem contact op met onze vereniging. Wij waarderen de ideeën en inbreng van alle ouders.

Het stimuleren van individueel fair play-gedrag



Er zijn twee dimensies van Fair Play te onderscheiden, namelijk de individuele en structurele. Bij de individuele dimensie gaat het vooral om persoonlijke verantwoordelijkheid van de sporter zelf. De structurele dimensie heeft betrekking op de verantwoordelijkheid van de sportorganisaties en de sportbestuurders. Hierbij gaat het er bijvoorbeeld om dat sportbonden hun regels zo aanpassen dat de sport voor elke deelnemer eerlijk en aantrekkelijk wordt.

Bij de meeste takken van sport is het reglement of de spelregels voor de jeugd aangepast aan de ontwikkeling van de leeftijd van de deelnemers. Bij de meeste balsporten neemt bijvoorbeeld naarmate de deelnemers ouder worden, in de reglementen ook het volgende toe: het gewicht van de bal, de grootte van het speelveld, het aantal spelers, de speelduur per wedstrijd en de moeilijkheidsgraad van de spelregels. Zo worden ook technisch moeilijke sporten, door de aangepaste regelgeving, geschikt voor alle leeftijden. Niet alleen wordt er zo veilig gesport van jongs af aan, maar ook is het sportplezier optimaal.

Fair Play is een breed begrip. In de rol van ouders is het stimuleren van Fair Play dan ook voort-durend verweven. In de eerste categorie -voorwaarden scheppen- wordt dat bijvoorbeeld bereikt door het kopen van goed materiaal zodat onnodige blessures worden voorkomen. Bij de tweede categorie -interesse tonen en stimuleren- kan dat bijvoorbeeld door te waarderen dat het kind hard heeft gewerkt, ook al is de wedstrijd niet gewonnen.

Bij de rol van ouders wordt echter een derde categorie  - expliciet individueel Fair Play-gedrag stimuleren - apart genoemd. Ouders zullen zich bewust moeten zijn dat ook zij hun kind kunnen helpen om 'fair' te sporten. Kinderen zullen namelijk door de media, maar ook op en rond het sportterrein zelf met unfair sportgedrag geconfronteerd worden. Het kind moet daarom al vroeg leren wat Fair Play inhoudt.

Fair Play is sportief sporten. Bij Fair Play in de individuele dimensie gaat het er om dat de sporters eerlijk sporten volgens de spelregels en zich ook eerlijk gedragen wanneer het gaat om aspecten die niet in het reglement of de spelregels beschreven staan. Het gaat hier bijvoorbeeld om zaken als: 'tegen je verlies kunnen', maar ook 'tegen je winst kunnen', samen willen spelen, ook met de wat minder 'getalenteerden', en de beslissingen van de scheidsrechter en leiders accepteren.

Bij jeugdsport komt onsportief gedrag gelukkig niet overdreven voor. Het zijn vaak de kleine onsportieve dingen waar ouders bij hun kinderen op kunnen letten. Bijvoorbeeld als kinderen nooit toegeven dat een wedstrijd verdiend verloren is, maar altijd onwerkelijke redenen daarvoor bedenken; als kinderen mopperen op medespelers en/of scheidsrechter en de tegenstander 'uitjoelen'. Of als ze laten merken dat er onterecht gewisseld wordt, omdat degene die in het veld komt veel slechter is. Of als ze vooraf laten merken dat ze toch wel eerste worden, omdat ze toch veel beter zijn.

Dit zijn vormen van onsportief gedrag die helaas bij de (jeugd)sport nog wel eens voorkomen. Gelukkig zijn er bij de jeugdsport ook heel veel sportieve gebaren te ontdekken.

Als ouder kunt u Fair Play bij uw kind stimuleren op verschillende manieren:

  1. Leer kinderen om respect te hebben voor alle betrokkenen bij de sport, zoals: de jury, de scheidsrechter, de begeleiders, de ploeggenoten en de tegenstanders. Maak duidelijk dat al deze mensen nodig zijn, om te kunnen sporten. Zonder hen is een wedstrijd niet mogelijk. Iedereen wil plezier beleven aan sport; maak dat dan ook voor iedereen mogelijk. Op anderen mopperen, schelden of anderen uitlachen is daarbij natuurlijk niet aan de orde.
  1. Probeer kinderen van jongs af aan te leren dat ook scheidsrechters en juryleden hun best doen. Probeer ze ervan te overtuigen dat als een sporter een andere mening heeft dan de scheidsrechter, het dan net zo goed kan zijn dat de sporter het fout heeft gezien. Er is geen discussie mogelijk, de beslissing valt zoals de scheidsrechter het zag. Elke sporter hoort dit te accepteren, ook al zag hij het anders. Voorkom dat scheidsrechters of juryleden overladen worden met kritiek. Dit is erg onplezierig voor hen, het beïnvloedt het resultaat meestal niet en de spelvreugde wordt hiermee zeker niet groter.
  1. Indien u, als ouder, naar sport kijkt en zeker indien u zelf ook sport, dient u zelf het voorbeeld voor Fair Play te zijn. Kinderen imiteren vaak - bewust of onbewust - ouderlijk  gedrag en denken dat dat het juiste is. Bovendien geeft correct gedrag van uw zijde, u het recht van spreken om unfair gedrag van anderen af te keuren.
  1. Topsport, waarmee kinderen door de media geconfronteerd worden, kan een negatief effect hebben op het Fair Play-gedrag van de jonge sporters. Leer hen dat sommige dingen die bij topsport voorkomen niet goed zijn. Leg hen ook uit dat onsportief gedrag nooit goed te praten is, maar dat bij topsport andere (bijvoorbeeld financiële) belangen een rol spelen.
  1. Benadruk/beloon sportief gedrag van uw kind. Bijvoorbeeld als hij de winnaar heel spontaan feliciteert, als hij zegt dat de ander verdiend gewonnen heeft, als hij minder goede spelers helpt of als hij toegeeft dat hij een fout maakte. Een sporter die veel inzet toonde ondanks een grote achterstand en een ploeg die verloren heeft, maar waarbij de zwakkere sporters een kans kregen, verdienen een groot compliment.
  1. Grijp snel in bij onsportief gedrag van uw kind. Leg uit waarom het onsportief is en hoe het beter had gekund. Argumenten hierbij kunnen zijn dat een overwinning eigenlijk alleen maar waarde heeft als die eerlijk behaald is en dat je bij alles wat je doet rekening moet houden met de gevoelens van mede- en tegenspelers en de leiding.
  1. Leer het kind zich in te zetten voor de vereniging. De vereniging steekt veel tijd in de jonge sporters. De vereniging verwacht daar iets van terug en moet op de leden kunnen rekenen. Je kunt je vereniging niet laten zitten door, zonder goede reden, niet op te komen dagen op trainingen of wedstrijden.

Tot slot weer een test die bewust maakt wat individuele Fair Play is en hoe dat door de ouders kan worden gestimuleerd.

Vragen

  1. Kunt u een paar voorvallen van onsportief gedrag van uw kind of zijn/haar sportgenoten noemen?
  2. Kunt u een paar voorvallen van sportief gedrag van uw kind of zijn/haar sportgenoten noemen?
  3. Wordt er, naar uw mening, binnen de vereniging voldoende aandacht besteed aan Fair Play?
  4. Praat u ooit met uw kind over sportief sporten/Fair Play?
  5. Laat u uw kind duidelijk merken dat 'spelplezier' belangrijker is dan 'winnen'?
  6. Vindt u van uzelf dat u het goede voorbeeld van Fair Play geeft? Reageert u bijvoorbeeld wel eens in het openbaar op discutabele beslissingen van de leiding?

"OUDERS EN SPORTIEVE OPVOEDING " DEEL 2.


Voorwaarden scheppen voor de sportbeoefening,alsmede interesse tonen en stimuleren

(het tweede artikel uit de serie 'Ouders en Sportieve Opvoeding')

Als (jonge) kinderen willen sporten, moet thuis van alles worden geregeld om het kind aan de sport te kunnen laten deelnemen. Een lidmaatschap bij een vereniging betekent vaak dat er op vaste tijden en vaste plaatsen gesport dient te worden. Dit vraagt dan om een organisatorische aanpassing van het hele gezin. Daar komt bij dat veel gezinnen uit verschillende kinderen bestaan en/of kinderen die van meer verenigingen lid zijn. Dit vergt nogal wat passen en meten om alle kinderen op tijd te laten eten en dan ook nog tijdig op de juiste plaats te laten zijn.

Voorwaarden scheppen
Kinderen die sporten kunnen dit meestal niet zonder de hulp van de ouders. De ouders moeten bepaalde voorwaarden scheppen waardoor het voor hun kinderen mogelijk wordt om op een verantwoorde wijze lid te zijn van de sportvereniging. Vijf van die voorwaarden zijn:

1. De goedkeuring om kinderen te laten sporten
Ouders kunnen jonge kinderen nog dingen verbieden. Een eerste logische voorwaarde om te kunnen sporten is goedkeuring van de ouders. Ouders die streven naar een goede ontwikkeling van het kind, zullen hun kind bij een vereniging aanmelden als lid. Zij dienen wel in de gaten te houden wat goed is en wat niet goed is voor het betreffende kind. Vanwege medische redenen kunnen sporten afvallen. Een medische sportkeuring kan hierover uitsluitsel geven. Gelet op het groot aantal sporten is er voor vrijwel elk kind wel een geschikte sport bij. Ons inziens hoort elk kind de kans te krijgen om te sporten bij een vereniging. Voor sommige kinderen zal een uur sport in de week al meer dan genoeg zijn, terwijl andere kinderen het liefst elke dag willen sporten. Overweeg als ouders of het voor het betreffende kind haalbaar is wat hij of zij wil.

2. Het betalen van de contributie
De contributie zal veelal door de ouders moeten worden betaald. Doordat bij sportverenigingen vrijwel alles door vrijwilligers wordt gedaan, is de contributie voor jeugdleden doorgaans erg laag, zeker als u bekijkt wat u er allemaal voor terugkrijgt.

3. Aanschaf van goede materialen/kleding
De aanschaf van kwalitatief goede materialen kan het beste in overleg met de trainer/begeleider plaatsvinden. Daardoor kan het kind verantwoord en fijn sporten, zonder onnodige blessures. Zo heeft elke sport specifieke schoenen en kleding. Sommige sporten vragen om beschermende materialen, zoals kniebeschermers, scheenbeschermers, etc.

4. Aanpassing in het huishouding
Wie sportende kinderen heeft, hoort daar natuurlijk rekening mee te houden in het dagelijks leven thuis. Dat betekent onder meer op tijd eten, niet weggaan als het kind een training of wedstrijd heeft en mogelijk oppas regelen voor de andere kinderen.

5. Het zorgen voor vervoer naar en van de trainingen en wedstrijden
Dit is een onmisbaar aspect bij het sporten van uw kind en u ziet zo nog eens een training of wedstrijd. Voor wedstrijden worden hierover vaak afspraken gemaakt. Om de ouders wat te ontlasten zouden ook voor trainingen door meerdere ouders om toerbeurt een groepje kinderen weggebracht en gehaald kunnen worden.

Interesse tonen en stimuleren
Vrijwel ieder kind wil gestimuleerd worden. Het ene kind heeft het echt nodig om 'de moed niet op te geven' en lid te blijven, het andere kind ervaart dat gewoon als positief, hetgeen nog meer plezier geeft in het sporten. Met het tonen van interesse wordt het kind automatisch gestimuleerd.

Op de volgende wijzen kun je als ouder(s) blijk geven van je interesse in de sportbeoefening van je kind:

  1. Zoals u zelf wel zult weten, vinden de meeste kinderen het enorm belangrijk dat hun ouders komen kijken naar wedstrijden.

  2. Voor kinderen is het vaak vervelend om te verliezen. Dat gevoel kunt u als ouder beperken door te benadrukken dat kinderen toch goed gesport hebben, zonder dat ze gewonnen hebben. Denk hierbij aan het verschil tussen prestatie (dat wat het kind doet) en resultaat (winnen/verliezen).

  3. Complimenten over inzet en sportief gedrag slaan net zo goed aan als complimenten over het resultaat. Probeer als ouder ook te bekijken wat al beter gaat dan de vorige keer. Als een kind bijvoorbeeld bij tennis veel moeite heeft met de opslag, maar gedurende het seizoen minder vaak fout serveert, is dit ook een complimentje waard.

  4. Als ouder kun je de nadruk op de beleving van het kind leggen in plaats van op het resultaat door na een wedstrijd te vragen of ze lekker gespeeld hebben, of ze het leuk vonden en niet alleen of ze gewonnen hebben.

  5. Trainers stellen het vaak op prijs als ze contact met ouders hebben over de kinderen. Vraag de begeleider/trainer gerust naar de sportbeoefening van uw kind. Overleg ook met de begeleider bij problemen. De begeleider zal dan ook gemakkelijker naar u toestappen als hij zelf iets te melden heeft.

  6. Bij een blessure of ziekte kan in overleg met arts en begeleider eventueel aangepast worden gesport. Stimuleer om, indien mogelijk, aangepast te trainen.

 

Vragen
Beantwoord voor uzelf eens de onderstaande vragen, die betrekking hebben op uw rol als ouder.

  1. Hoe vaak kijkt u bij wedstrijden en trainingen van uw kind?

  2. Vindt uw kind het leuk als u er bent?

  3. Vindt uw kind dat u voldoende komt kijken?

  4. Praat u thuis regelmatig na over wedstrijden (en trainingen)?

  5. Vraagt u dan naar de ervaringen/beleving van het kind?

  6. Overlegt u wel eens met de trainer over de motivatie en vorderingen van het kind?

  7. Weet u welk materiaal/kleding geschikt is voor deze sport? Vraagt u daarover bijvoorbeeld advies aan de trainer of andere deskundigen?

  8. Kunt u voor uzelf op een rijtje zetten op welke wijze u uw kind stimuleert tot het beoefenen van sport?



 

"OUDERS EN SPORTIEVE OPVOEDING " DEEL 1.


OUDERS EN SPORTIEVE OPVOEDING

Zoals u ongetwijfeld weet, is sportbeoefening in velerlei opzichten belangrijk voor de ontwikke­ling van uw kind. Daarbij is de rol van u als ouder erg groot. Maar wat houdt die rol nu precies in? In de artikelenreeks 'Ouders en sportieve opvoeding' wordt hierop uitvoerig ingegaan.


De invloed van ouders op het gedrag van kinderen....
Ouders hebben een grote invloed op het gedrag van hun kinderen. Zeker als het nog om jonge kinderen gaat. In de belevingswereld van kinderen zijn ouders namelijk de ideale voorbeelden. Wie kent niet de uitspraken van jonge kinderen als: 'mijn moeder is de slimste en mijn vader de sterkste...'. Bij het ouder worden van het kind neemt die invloed echter af. Dan komt het kind met andere personen in contact, die mede bepalend worden bij het opvoedings- en ontwikkelings-proces, zoals leeftijdgenoten, school, kerk, media en sportvereniging.Over het algemeen kan worden gezegd dat hoe ouder het kind wordt, des te kleiner de invloed wordt die ouders direct kunnen uitoefenen op het gedrag van hun kinderen. Maar ongeacht hoe oud het kind is, kunnen ouders een belangrijke rol spelen door een goed voorbeeld te zijn. Een goede ouder-kind-relatie kan de persoonlijkheidsontwikkeling van het kind sterk beïnvloeden. De puberteit is een typische periode waarin ouders minder grip hebben op hun kind. De jongere 'ontdekt zichzelf' en bekijkt de omliggende wereld op en andere manier. De jongere bekijkt het gedrag van de ouders nu veel meer van een afstand. De puber leert selecteren wat volgens hem de goede en de minder goede eigenschappen van zijn ouders zijn. De ouders zullen hiermee rekening moeten houden en de jongere wat meer vrij moeten laten in zijn beslissingen. Zeker in de puberteitsfase van het kind blijft 'consequent het goede voorbeeld geven' erg belangrijk.

Actieve levensstijl
Voldoende beweging kan een positieve invloed hebben op allerlei gebied. Daarom is het belangrijk dat jonge kinderen al vroeg met verantwoord bewegen beginnen. Vanaf jonge leeftijd moet een actieve levensstijl eigen worden gemaakt. Dit geeft namelijk een grotere kans dat op latere leeftijd ook een actieve levensstijl behouden wordt en dat geeft weer meer kans op een goede gezondheid. Bovendien is het voor mensen die op jonge leeftijd nooit of weinig hebben gesport veelal lastig om op latere leeftijd alsnog te gaan sporten. Voor hen is de drempel om te gaan sporten dan vaak te hoog. Naast het gezondheidsaspect kan sporten, mits het verantwoord gebeurt, veel andere positieve gevolgen hebben. Sportende kinderen ontwikkelen motorische vaardigheden waardoor ze zich gemakkelijker bewegen en beter zijn in andere sportieve vaardigheden. Dit kan hun gevoel van eigenwaarde vergroten. Daarnaast is het sporten bij een vereniging een uitstekende gelegenheid om een vriendenkring op te bouwen, wat weer belangrijk is voor de persoonlijke ontwikkeling.

Samen sporten
De woonomgeving en de instelling van de mensen is steeds minder gericht op bewegen en sport. Ook zijn er meer concurrerende zaken zoals: TV, video, computer, 'passief' speelgoed. Ouders kunnen er toch voor zorgen dat hun kind op jeugdige leeftijd voldoende beweegt. Dat kan al op zéér jonge leeftijd. Bijvoorbeeld door met het kind zelf veel aan beweging te doen. Ook het samen spelletjes doen met veel beweging zorgt voor het gewenste leereffect om te bewegen. Tegenwoordig worden toch weer meer activiteiten georganiseerd om samen te bewegen. Denk in dit kader bijvoorbeeld aan het baby- en peuterzwemmen en ouder- en kindgymnastiek.Vanaf ± 4-jarige leeftijd neemt de school een deel van de bewegingsopvoeding over. Daarnaast kunnen sportverenigingen een belangrijk deel van de bewegingsopvoeding overnemen.  
Tegenwoordig zijn er veel verenigingen die activiteiten aanbieden voor steeds jongere kinderen. Bekende voorbeelden hiervan zijn tennis, zwemmen, gymnastiek, handbal, korfbal en volleybal. Veelal gaat het hier dan om het inleiden op een bepaalde sport waarbij speels en heel gevarieerd een groot scala aan sportieve vaardigheden aan bod komt. De sportvereniging is een ideale plaats voor kinderen om te gaan sporten. Ouders zullen hun kinderen moeten (blijven) stimuleren om in georganiseerd verband te sporten. Uiteraard moet het kind zich wel thuis voelen bij de sportvereniging en plezier beleven aan de sport die hij of zij doet. Als kinderen eenmaal lid zijn van een sportvereniging houdt daarmee zeker de bemoeienis van ouders niet op. De rol van ouders is dan op te splitsen in 5 categorieën, te weten:

1. Voorwaarden scheppen
Het gaat hier om gedrag van ouders waardoor het voor de kinderen mogelijk wordt om goed te sporten. Hieronder valt onder andere het zorg dragen voor het vervoer, de kleding en de kosten.

2. Interesse tonen en stimuleren
Voor een sportend kind is het belangrijk dat ouders interesse tonen. Bovendien wil ieder kind gestimuleerd worden. Het ene kind heeft het echt nodig om 'de moed niet op te geven' en lid te blijven, het andere kind ervaart het gewoon als positief en dat geeft hem nog meer plezier in de sportbeoefening. Leg daarbij niet teveel druk op het kind. Laat merken dat je achter hem staat en dat je geïnteresseerd bent, maar voorkom dat het kind het gevoel heeft dat hij lid moet blijven van de ouders, of dat hij goede prestaties moet halen van zijn ouders. Ouders zijn meestal oprecht geïnteresseerd in de sport van hun kinderen. Voor ouders is het leuk als het kind goed presteert en kinderen en jongeren voelen dat ook zo. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat dit gevoel een bepaalde druk op de kinderen en jongeren legt; ze willen graag goed presteren, en niet in de laatste plaats voor hun ouders. De ouders hebben vaak de beste bedoelingen en absoluut niet in de gaten dat hun kind hun interesse als 'druk' ervaart.

3. Fair Play stimuleren
Kinderen zullen op het sportveld, maar ook door de media, met onsportief gedrag worden geconfronteerd. Het is daarom belangrijk dat kinderen al vroeg leren wat Fair Play inhoudt en hoe zij zich volgens Fair Play-normen dienen te gedragen. Ouders kunnen hierbij helpen door erover te praten en zelf het goede voorbeeld te geven.

4. Kwaliteitscontrole bij de vereniging
Ondanks de goede bedoelingen van de sportvereniging, zouden sommige zaken in uw ogen wellicht (nog) beter kunnen. Probeer daarom de vereniging te helpen bij het 'kindvriendelijk sporten' en de bevordering van Fair Play.

5. Taakinvulling bij de sportvereniging
Binnen een sportvereniging zijn talloze taken die ingevuld kunnen worden door ouders. Er zijn permanente taken (bestuurs- of commissielid), meermalige taken (feestcomité) of eenmalige taken (begeleiding van een kamp). Vraag uw vereniging naar de mogelijkheden. Er zijn bij elke vereniging veel taken die relatief weinig tijd kosten en waarmee u de vereniging erg helpt. Bovendien is het voor ouders een goede mogelijkheid om zelf mee te bouwen aan een optimaal klimaat voor de sportbeoefening van hun kinderen. En het belangrijkste daarvan is dat het vaak leuk werk is, waarbij je als ouders zelf ook de nodige contacten opdoet.



 

Fair-Play Regels :

1. Handbal is een teamsport, hetgeen betekent dat je team iets kan bereiken door tolerantie en inzet.

2. Je eigen bijdrage en houding is bepalend. Je kunt elkaar duperen of stimuleren.

3.Felle kritiek op medespelers wordt niet gewaardeerd, wel opbouwende kritiek.

4.Schuttingtaal door spelers, coaches en aanwezige ouders is niet acceptabel. Een ieder heeft de verplichting een ander daar op te wijzen.

5.Schoppen, slaan, spugen naar de tegenstander of medespeler wordt niet
getolereerd.
6.Positief gedrag ten opzichte van de scheidsrechter staat voorop, ook als je
denkt dat hij partijdig is.

7.Na afloop van de wedstrijd bedankt de aanvoerder de scheidsrechter, wordt er altijd "afgegroet" en bij verlies wordt de tegenpartij gefeliciteerd.

8.Alcohol en roken gaan niet samen met sport. Wij zullen dit gebruik dan ook ontmoedigen.

9.Geen enkele vorm van soft- en harddrugs wordt toegestaan.

10.Fairplay staat bij onze vereniging hoog aangeschreven. Overtredingen kunnen ernstige blessures veroorzaken, daarom is een goede zelfbeheersing van de spelers van belang. In dit verband zijn normen en waarden heel belangrijk. Wij verwachten dan ook van onze spelende leden, kaderleden en supporters correct en sportief gedrag. Tegen wangedrag zal het bestuur maatregelen nemen. Leden zijn verplicht strafzaken binnen 24 uur te melden bij het secretariaat.

 

 





SPORTIVITEIT EN RESPECT

 

GEDICHT VOOR DE TRAINER EN LEIDSTERS/TERS

Dit is de man of vrouw
Iedere week voor u in touw
Moet u eens horen langs de wandelgangen
Dat is geen sport, dat zijn eigenbelangen.

Sommige supporters, hoor ze eens praten
Ze hebben alles in de gaten
Maar EEN ding hebben ze vergeten
Met hun domme dwaze kreten.

Zij bekijken het, zo je wil
Door een sterk gekleurde bril
Vind je de trainer niet "je van hetje"
Ga zelf op de bank zitten, ja wat let je.

Geef je zelf op bij de bond
Dan is de zaak heel snel rond
Een goede trainer komt snel aan bod
Wordt kijken en spelen een waar genot

Men hoort dan geen gemopper meer
Of gaat men tegen U te keer ?
En dan zal blijken heel gewis
Dat het trainen niet zo eenvoudig is.

Allemaal kunnen we het weten
Zonder leiding kun je sport wel vergeten
Als men traint zo goed men kan
Is het voor mij de juiste vrouw of man.



.

.